Vaak, wanneer we als ambtenaren aan een project beginnen, rijst er al snel de behoefte om strakke richtlijnen op te stellen. Waar begint onze verantwoordelijkheid, en – waar eindigt die? Hoeveel geld is er beschikbaar, en wat zijn de risico’s? We beginnen met het schrijven van een rapport of nota, waarin deze richtlijnen, of zoals we ze vaak beschouwen, ‘zekerheden’ vastgelegd zijn. Dit vastleggen geeft een gevoel van veiligheid; we kunnen hierop terugvallen tijdens discussies met collega’s of andere partijen.

Maar is het gevoel van zekerheid wat we aan deze rapporten ontlenen wel realistisch? Het boek Antifragiel, van Nassim Nicholas Taleb (gekregen van onze provinciale directeur beleid!) betoogt dat dit schijnzekerheden zijn. Taleb beschrijft de menselijke behoefte aan controle, wat zich uit in voorspellingen en beheersmaatregelen om de kans op onheilspellende uitkomsten te verkleinen. Volgens Taleb is de controle die we aan dit soort activiteiten ontlenen echter alleen een gevoel, welke niet gegrond is in een werkelijk toegenomen controle.

Sterker nog, hij beschrijft dat er juist chaos nodig is om verder te komen als maatschappij. Grote wetenschappelijke vernieuwingen worden bijvoorbeeld bijna altijd bij toeval gevonden. Vaak als een ‘side-effect’ van wat men eigenlijk wilde onderzoeken. Ook provinciale bestuurlijke en ambtelijke vernieuwing is gebaat bij een bepaalde mate van wanorde. Of in ieder geval, toeval en improvisatievermogen. Maar voor improvisatie is lef nodig. En lef is niet een alomtegenwoordige ambtelijke eigenschap.

Bovendien is toeval en wanorde net datgene wat we vaak bij elk nieuw project als eerst willen uitbannen. Zo worden we doorgaans ook opgeleid. We proberen bestaande structuren te bevestigen, waar we op terug kunnen vallen. Als er later, bij toeval, een grote kans voorbij komt, kunnen we die vaak moeilijk binnen onze bestaande richtlijnen verzilveren. Een groot nadeel van deze werkwijze is dat je nooit meer bereikt, dan wat je vooraf had kunnen bedenken. De synergie, die alleen tot leven kan komen door improvisatie en persoonlijk contact, wordt door een papieren werkelijkheid de kop in gedrukt. De klassieke topdown bedrijfsmatige sturingsmethoden zijn niet meer toereikend. Overheden kennen immers nauwelijks gestandaardiseerde productieprocessen en maatwerk wordt steeds belangrijker. Om meer synergie te bereiken is het belangrijk dat we meer procesmatig gaan werken in plaats van projectmatig.

Met de eerste vaardigheid die daarbij belangrijk is, zijn we als overheid niet onbekend. Het is van belang om burgers en andere instanties te inspireren door het tonen van verbeeldingskracht en visie. Dat betekent dat we als ambtenaar richting de bestuurders duidelijk onze adviserende rol op moeten pakken. De tweede vaardigheid is wellicht complexer en schuilt in de kunst van de improvisatie en daarmee deels ook in het loslaten van controle en het toelaten van toeval. Als je goed luistert naar initiatieven van burgers, bedrijven en instellingen, kun je onderweg op een flexibele manier kansen benutten die zich aandienen. Deze aanpak staat centraal bij de werkzaamheden voor Leeuwarden-Fryslân Culturele Hoofdstad 2018. Hierbij werken kunstenaars samen met bewoners, instellingen en – gefaciliteerd door de lokale overheden – op een inspirerende en innovatieve manier aan een duurzame, sociale en slimme toekomst van stad en regio.

Een voorbeeld van dit denken kwam ik onlangs ook tegen in Zuid-Afrika. Hoewel Zuid-Afrika nog doordrenkt is met het planmatig denken zoals dat in de Apartheid ontwikkeld is, was het woningbouwplan dat ik bestudeerde een vooruitstrevende mix van verbeeldingskracht, lef en improvisatievermogen door het ‘toelaten van toeval’. Met de visie ‘Together we build’ werden gemeente, provincie, ontwerpers, wetenschappers, huisvesters en politici samengebracht om ideeën te ontwikkelen voor huisvesting die de bestaande structuren van apartheid overstijgt. Het uiteindelijke plan is indrukwekkend: in een ambitieus woningbouwplan zullen met aantrekkelijke woningen bewonersgroepen met diverse achtergronden goed worden gehuisvest en daarmee dichter bij elkaar gebracht.

De kracht van het plan schuilt in het feit dat dit team samen met de toekomstige bewoners, goed heeft nagedacht over de potentie van aantrekkelijke huurwoningen. Maar ook in de kunst van het loslaten. De projectmanager verwoorde dit als: ‘Ik heb geen verstand van vissen, maar ik weet zeker dat de kans op een succesvolle vangst het grootst is als we allemaal bereid zijn om risico te nemen en een hengel uit willen gooien, ook als je niet zeker weet of je beet zult krijgen. Zoals Nelson Mandela het verwoordde: ‘De grootste roem in het leven ligt niet in nooit vallen, maar in telkens weer opstaan.’

Wybren is in aanraking met het Zuid-Afrikaanse woningbouwproject (Umnyama Park – Graaff-Reinet) gekomen door een ervaringsprijs die beschikbaar is gesteld door het Local Government Capacity Programme (LGCP 2012-2016), dat wordt uitgevoerd door VNG International. Samen met koepelorganisaties SALGA, CMRA, gemeente Camdeboo, province of the Eastern cape, onderzoekers en de lokale bewoners werd dit plan tot stand gebracht. De gemeente Winterswijk en ontwerpbureau We love the city ondersteunen dit initiatief vanuit het LGCP door het beschikbaar stellen van kennis en kunde.

Deze column verscheen eerder op de website van het Interprovinciaal Overleg.

Leave a Comment