De ambtenaar van de toekomst moet soepel kunnen bewegen tussen de bestuurlijke overlegtafel, de ambtelijke tekentafel en de keukentafel bij mensen thuis. Aldus hoogleraar bestuurskunde Paul ’t Hart in zijn essay Ambtelijk Vakmanschap 3.0, zoektocht naar het handwerk van de overheidsmanager. Maar hoe brengen we dit in de praktijk? De meeste mensen hebben hun handen vol aan de ambtelijke tekentafel en de bestuurlijke overlegtafel. Met werkdruk als grootste tegenstander is het lastig genoeg om ook nog aan andere tafels te gaan zitten. En toch is de oplossing simpel, aan sommige keukentafels worden betere plannen gesmeed dan aan ambtelijke bureaus. Dus zorg ervoor dat je bij de juiste mensen aan tafel zit.

Met de verkiezingsslogan See, Feel, Act Connect wil ik eenzelfde boodschap over brengen: richt je op de verbinding met burgerinitiatieven. ’t Hart noemt dit ‘Vakmanschap 3.0.’ Om meer van onderop te werk te gaan zou ik iedere publieke professional graag dit artikel top down (doch subtiel) door de spreekwoordelijke strot willen duwen (vanaf blz. 32). ’t Hart: ‘Maatschappelijke resultaten en effecten bereik je door interne politiek-bestuurlijke en inhoudelijke expertise, maar in toenemende mate door extern zichtbaar, benaderbaar en verknoopt te zijn in relevante netwerken.’

Ik citeer nogmaals: ‘Overheidsactoren zijn in veel gevallen niet meer dan enkele te midden van vele partners in initiatieven die niet door de gevestigde politiek zijn geïnitieerd en waar het momentum door anderen (bedrijven, maatschappelijke organisaties, burgerinitiatieven, kennisinstituten) op gang wordt gebracht en gehouden. In die netwerken draait het om wat je kunt toevoegen, niet wat je bevoegdheden zijn, je parafenlijn je voorschrijft, of de bestuurlijke vragen van vorige week.’

Om naast het bestuurlijke en ambtelijke werk ook tijd en energie in externe initiatieven en netwerken te steken, is het van belang te leren denken in opbrengsten in plaats van kosten. Brede maatschappelijke kennis en kunde gecombineerd met ambtelijke en bestuurlijke expertise kan tot nieuwe inzichten, daadkracht en toekomstbeelden leiden. Meer draagvlak, integraliteit, vernieuwing en verdieping van (beleids)kennis is soms hard nodig en kan bovendien het imago van de ambtenaar en overheid oppoetsen.

Het is vanuit het management gezien van belang om ambtenaren de ruimte te bieden om zich als een vakman of -vrouw 3.0 te kunnen ontwikkelen. Ook goede trainingen en organisatiemodellen kunnen hierbij helpen. Maar de beste voorbeelden moeten vanuit de ambtenaar zelf komen. Zonder excuses, met stoute schoenen aanschuiven bij initiatiefnemers, netwerkbijeenkomsten en open staan voor nieuwe ontwikkelingen. Daar liggen de grootste kansen. Minister Plasterk vertrouwde ons ambtenaren een tijdje terug nog publiekelijk toe dat we best eens een beetje brutaal mogen zijn. Dus laten we dit niet meer theoretiseren dan nodig en helemaal willen uitwerken tot de verantwoordelijkheden en rollen helemaal helder zijn. Met het essay van ’t Hart in de hand gaan we het gewoon doen. Er zijn goede voorbeelden genoeg en desnoods kunnen we het achteraf nog wel uitwerken in een methodiek. Aan een keukentafel. Met koffie, dat wel.

Deze column verscheen eerder op re.Public.

Leave a Comment